Krantenartikel: Juan Omar leert Nederlanders Koerdistan kennen

28-11-2013  Artizzl Media / Peter Nefkens
 
Zuidwolde – Haar liefde voor haar land bracht de 45-jarige Juan Omar uit Zuidwolde ertoe om reizen naar haar geboortegrond in Zuid-Koerdistan te organiseren. Met haar eigen bedrijf Iraqi Tours wil ze de mensen in Nederland laten zien wat het gebied in Noord-Irak zo bijzonder maakt en vooral, dat het er veilig vakantievieren is. Zuid-Koerdistan is volledig autonoom binnen Irak.

Ze woont sinds juli 1997 in Nederland met haar man Shewan en twee kinderen, de nu 20-jarige dochter Zuba en 15-jarige zoon Omar. Juan - spreek uit: Djoean – werd geboren in Kirkuk en verhuisde later met haar ouders naar Bagdad. Terug in Kirkuk leerde ze Shewan kennen; het stel trouwde en kreeg een baby, Zuba. Met dank aan Sadam Hussein moest het gezin het land ontvluchten. ‘De mensen in Kirkuk werden vernederd en onderdrukt, mijn man werd om de maand gearresteerd. Hij had een winkel, een goudsmederij, en werd steeds gechanteerd. Toen we via-via hoorden dat er weer een arrestatie aan zat te komen, waarbij hij naar Bagdad gebracht zou worden, zijn we gevlucht. Als je naar Bagdad moest, kwam je niet meer terug’, vertelt Juan.

Juan had altijd als voordeel dat zij jaren in Bagdad had gewoond met haar ouders en vloeiend Arabisch spreekt, naast het Koerdisch. ‘Niemand wist in Bagdad dat ik Koerd ben.’ Via Turkije en de Balkan kwamen ze naar Nederland en via een asielzoekerscentrum belandden ze in Zuidwolde. Ze leerden de Nederlandse taal, Shewan heeft nu een computerzaak, Broesk, op het bedrijventerrein van Zuidwolde en Juan werkt op het Drenthe College in Assen als planner en roostermaker.

Hun achtergrond heeft ze veel voordeel gegeven. Shewan is afgestudeerd natuurkundige en Juan wiskundige. ‘Ik heb in Nederland geprobeerd de lerarenopleiding te volgen in Zwolle, maar ik had nog geen rijbewijs, de kinderen waren jong en ik moest stage lopen. Ik ben er mee gestopt, bovendien moet je voor lesgeven de taal perfect machtig zijn. Je moet de stof wel over kunnen brengen op de leerlingen.’

Het idee om het toerisme in te gaan, ontstond in mei vorig jaar. ‘Ik ben met een Nederlandse vriendin naar Zuid-Koerdistan gegaan en heb daar veel nieuwe plekken ontdekt en veel mensen ontmoet. Daar kreeg ik het idee om Nederlanders daar naartoe te brengen.’ Volgens haar is het er zeer veilig. ‘Ze hebben een eigen regering, leger en politie en de grenscontrole is zeer scherp. Arabieren spreken geen Koerdisch, dus die worden er bij de grens zo tussenuit gevist. Zuid-Koerdistan heeft veel te bieden, de gastvrijheid is er zeer groot, alleen is de toeristische sector nog niet echt ontwikkeld. De inwoners zien nu veel buitelanders komen, vooral in de afgelegen gebieden hebben ze die nooit gezien. De mensen daar zijn heel enthousiast, je kunt na een praatje zo bij ze thuis eten of zelfs slapen. Ze zijn ook pro-westers’, weet Juan.

Het land heeft meer te bieden dan alleen gastvrijheid, want  de natuur is er mooi en archeologisch en religieus gezien is er meer te vinden dan in welk land dan ook. ‘Bergen en grotten, maar ook kerken die ouder zijn dan welke kerk in Europa dan ook. ‘Ik wist niet dat we daar zoveel oude kerken hadden, er zijn daar veel dorpen met christenen, er zijn zelfs oude Joodse wijken.’

Er zijn volgens de charmante inwoonster van Zuidwolde maar drie andere reisorganisaties actief in Zuid-Koerdistan: eentje uit de Verenigde Staten, eentje uit Australië en de Nederlandse oud-journaliste Judith Neurink. ‘Er zijn al vijfsterrenhotels, maar er is geen Nederlanders die 4.000 dollar gaat betalen voor een weekje. Wij houden het eenvoudig.’

Het is niet zo moeilijk om in Zuid-Koerdistan te komen, zelfs Transavia vliegt om de twee weken rechtstreeks op de grootste luchthaven in Erbil. Ook vanaf Düsseldorf is Erbil rechtstreeks te bereiken en met Turkish Airlines kun je ook met een tussenstop op de plaats van bestemming komen. Voor Juan breekt een spannende periode aan. Ze gaat naar het eerste toeristische congres in Koerdistan en wil daar vertellen over de ideeën die in Europa nog leven over het gebied: dat het niet veilig is in het noorden van Irak. ‘Erbil is uitgeroepen tot dé toeristische stad van de Arabische landen. Het is een bijzondere stad met een 8.000 jaar oude citadel die van de Unesco een beschermde status heeft gekregen. Sadam Hussein heeft er wel veel vernield, maar er is ook veel hersteld. En niet voor iets komen nog steeds veel buitenlandse archeologen juist hier naartoe.’

Juan wil graag dat de wereld kennismaakt met haar land. ‘Het Koerdische volk heeft veel geleden en een hele geschiedenis. Als je er niet bent geweest, dan kun je dat niet voelen’, besluit Juan, die ook secretaris is van de Koerdische vereniging ‘Nevroz’ in Hoogeveen.